Erie Henny (1924) volgde een opleiding aan de Arnhemse Tekenacademie in Arnhem.
Na haar opleiding deed zij veel illustratief werk, waaronder boek-illustraties.
Ook maakte zij ontwerpen voor de verpakkingsindustrie.
Na een periode waarin haar gezin haar aandacht opeiste, is Erie sinds 1977 weer actief als beeldend kunstenaar.
Zij werkte in het begin  vooral  met potlood en grijstinten en later met gemengde technieken. Opvallend in haar recente werk is het gebruik van veel kleuren.

Steeds is zij op zoek naar humor, die onder meer vorm krijgt in tegenstrijdigheden.
De kunstenares is jarenlang actief lid van 'DE ONAFHANKELIJKEN' in Amsterdam geweest .

Erie Henny   behoort samen met Helmut Schiefer en Fien Volders tot de oprichters van de kunstenaarsvereniging MEANDER te Weesp.
 

Zij exposeert met regelmaat; ondermeer in het Gooi, Amsterdam en Arnhem.
 

In 1998 ontving zij voor haar werk de cultuurprijs van de gemeente Weesp.
 

 

 ***************

 

Twaalf jaar

 

Op de overloop

van mijn ouderlijk huis

met de donkerrode gordijnen, dat ik duidelijk voor mij zag

witte bloeiende bomen op heuvelruggen ;

en holde terug, om op grijs papier

te tekenen wat ik zag.

 

 

Om vijf uur s'ochtens op te staan

een avontuur voor een 12 jarige; de buitendeur

zacht te openen, de fiets te pakken uit de schuur,

en te zwaaien naar de jongen aan de overkant van het kanaal;

het wachten bij de sluis;  hee , we zijn er bijna ; zijn hand

aan de rinkelbel, het oranje haar in het ochtendlicht.

We fietsen naar het korenveld en daar...

... het opkomen van de zon boven het geel van de aren ;

de streep blauw van de korenbloem, het rood van de papaver.

Prachtig!!

 

 

Ik zag vreemde man in onze tuin.

Hij lijmde vogels aan een draad, ik schreeuwde: Vader, jaag hem weg!

Vanaf die tijd, joeg ik om het huis, mijn fiets gesmeten,

de achterdeur, de achterdeur!

 

 

'K had dit willen doen en dat,

maar ik kijk alleen maar naar zacht groen en

paars van oude kussentjes op oude witte stoeltjes

en zit stil.

Denk aan je ogen; bruin en tikje blauw-groen,

maar altijd met die twinkel.

 

 

Je jas hangt hier.

Ik streel er langs, ik ruik je, je bent er niet.

Nooit meer, nooit meer.

 

 

Mijn bloeiend hof,

als jij er was, t'was dubbel feest,

jij had ervan genoten,

dat is geweest, geweest,geweest. 

 

Ik heb mijn huis,

heb mijn tuin, kinderen zijn lief

ik ga mijn gang.

 

Je was mijn man

een fijne man

je laatste wens

dit was het dan.

 

 

'Kschilder je oor,

wat paarden op een veld

een donker bos, een meer, wat bergen

wat bladeren, die er eerder waren,

Je bruine wang

van zon in Portugal.

t'Komt maar niet af, jij bent te ver.

En ik blijf hier.

...................................................................................

 

Erie is inmiddels verhuisd naar het Rosa Spierhuis in Laren.